Het appeltaart seizoen is begonnen, want de Goudreinetten zijn weer volop verkrijgbaar! Met dit recept maak je een heerlijk geurige appeltaart zoals grootmoeder hem vroeger ook serveerde in de herfst. Bak je mee?

Appeltaart zoals vroeger (recept)

De Goudreinet, officieel “Schone van Boskoop” geheten, is een gekweekt appelras van nog maar 150 jaar oud. De appels zijn tamelijk zuur en hard om zo te eten, maar bij verhitting blijven ze mooi stevig en behouden ze hun appelsmaak veel beter dan andere rassen. Niet voor niets is het de favoriete appel voor in de appeltaart, maar ook de meest gebruikte appel voor appelmoes en beignets.

Appels worden al duizenden jaren gegeten en gekweekt. Wanneer de appeltaart is uitgevonden is onbekend, maar zelfs in het eerste gedrukte Nederlandstalige kookboek, gemaakt in 1514, komt een uitgebreid recept voor appeltaart voor. Dat recept spreekt ook al van het gebruik van kaneel, ook al kwam de kaneelhandel van de VOC pas meer dan honderd jaar later op gang.

Om de appelsmaak nog verder te versterken, en overtollig vocht uit de appels te verwijderen, maakt Mijnheer Eetpraat de vulling altijd een dag van tevoren. Je hoeft dan nooit meer bang te zijn voor een doorgelekte appeltaart of kunstgrepen uit te halen met paneermeel of custardpoeder. De appeltjes worden zo heerlijk gekonfijt en gemarineerd in suiker en kaneel.

Ingrediënten:

  • 1250g Goudreinetten (ongeschild gewogen)
  • 300g ruwe rietsuiker
  • 2el gemalen kaneel
Benodigdheden:

  • mengkom
  • schilmes

 
Schil de appels, snijd ze elk in acht parten en verwijder de klokhuizen. Snijd de partjes dan in niet te dunne plakjes. Meng de appelplakjes met de rietsuiker en de kaneel. Zet het mengsel afgedekt in de koelkast en laat het een nachtje intrekken. De suiker trekt het teveel aan sap uit de appels. De volgende ochtend kun je dan de taart afmaken.

Ingrediënten:

  • 225g witte tarwebloem
  • 125g ruwe rietsuiker
  • 150g ongezouten roomboter (kamertemperatuur)
  • 2 biologische eieren (M)
  • 1/4tl keukenzout
  • 1/2 zakje bakpoeder (8g)
  • 2 zakjes vanillesuiker (2x8g)
  • 200g rozijnen (ongeweld gewogen)
  • citroensap
Benodigdheden:

  • mengkom
  • mixer
  • eierscheider
  • springvorm
  • deegroller
  • bakkwastje
  • zeef

 
Splits eerst een van de eieren met een eierscheider en houd de dooier apart voor later. Doe het wit en het andere ei met de boter in een mengkom en mix dit kort met een paar druppels citroensap. Voeg de tarwebloem, de suiker, het zout, het bakpoeder en een zakje vanillesuiker toe. Meng dit tot een plakkerig deeg. Verpak het deeg in vershoudfolie, druk het plat en laat het een uur rusten en opstijven in de koelkast.

Laat ondertussen de appeltjes een uurtje uitlekken in een zeef; zo verdwijnt ook de overtollige suiker. Overgiet de rozijnen met kokend water en laat ze maximaal vijf minuten weken. Giet ze daarna af. Meng nu de uitgelekte rozijnen met de appeltjes en het tweede zakje vanillesuiker en zet deze taartvulling apart. Vet een springvorm in met roomboter en ga vervolgens verder met het het deeg.

Rol het deeg met een deegroller dun uit tot een ronde lap die groter is dan de springvorm. Bekleed de springvorm met de deeglap en snijd de randen af; er zou ongeveer driekwart van het deeg in de vorm moeten gaan en een kwart moeten overschieten.

Doe de vulling op het deeg in de springvorm en druk het goed aan; zo wordt de appeltaart later makkelijker te snijden. Rol het overschietende deeg tot slierten en maak een diagonaal patroon zoals op de foto. Klop nu de apart gehouden eierdooier los met een paar druppels citroensap en bestrijk hiermee de bovenkant van de appeltaart. Dit zorgt voor de mooie donkere glans van een echte, ouderwets zelfgemaakte, appeltaart.

Bak de appeltaart ongeveer 60 minuten op 165 graden Celsius in de oven. Maak dan de springvorm los om de “rug” van de appeltaart mooi stevig te laten opdrogen. Na een uurtje kun je de ring van de springvorm weer terug doen om de taart in de vorm te bewaren.

Wacht met snijden tot de appeltaart volledig is afgekoeld want dan valt hij minder snel uit elkaar. De appeltaart is eigenlijk de volgende dag pas het lekkerst, als de smaken goed zijn ingetrokken. De taart is afgedekt een paar dagen houdbaar. Eet smakelijk!

TIP: Het deeg kun je eventueel nog extra smaak geven met wat geraspte citroenschil (van onbehandelde biologische citroen), gemalen kardemom, gemberpoeder of koekkruiden.

TIP: De vulling kun je nog een extra accent geven met wat fijngesnipperde gedroogde abrikozen of cranberries. Of wat denk je van fijngehakte walnoten en een scheut ahornsiroop? Experimenteer gerust!

TIP: Voor een appeltaart “tic” kun je de rozijnen een nachtje weken in bruine rum, of de appeltjes marineren in calvados. Mmmmm!