Speculaas is het welbekende kruidige koekje dat meestal rond Sinterklaastijd wordt gegeten. Het is een typisch oudnederlandse specialiteit, ook al komen de kruiden van verre. Met dit recept maak je twee bakplaten vol heerlijk brosse speculaaskoekjes. Bak je mee?

Brosse speculaaskoekjes

Waar de naam speculaas oorspronkelijk vandaan komt is onbekend, maar het kan dat het te maken heeft het Latijnse woord speculator (‘hij die alles ziet’), wat tevens de bijnaam is van Sint-Nicolaas. Het woord wordt nu gebruikt voor knapperige speculaaskoekjes, zachte gevulde speculaas, speculaasbrokken en speculaaspoppen. De overeenkomst is hun kruidige smaak.

De smaak komt tot stand door een mengsel van verschillende kruiden. De samenstelling is niet vast maar bevat bijna altijd kaneel, gember, kruidnagel, peper en nootmuskaat. Daarnaast kan er ook nog kardemom, anijs en foelie zijn toegevoegd. Je kunt het zelf mengen maar speculaaskruiden zijn gelukkig kant en klaar te koop in veel supermarkten.

Ingrediënten speculaaskoekjes:

  • 240g tarwebloem of roggebloem
  • 60g ruwe rietsuiker
  • 60g witte basterdsuiker
  • 16g vanillesuiker
  • 8g bakpoeder (half zakje)
  • 1g zout
  • 2 theelepels speculaaskruiden
  • 130g koude ongezouten roomboter
  • 2 eetlepels water
  • hele of halve gepelde amandelen
  • losgeklopt ei
Benodigdheden:

  • Mengkom
  • Keukenkwast
  • Bakplaat
  • Ovenrooster
  • Bakpapier
  • Oven
  • Deegroller
  • Luchtdichte trommel

 
Meng de bloem, alle suiker, bakpoeder, zout en kruiden goed door elkaar. Voeg dan in dobbelsteentjes gesneden koude boter toe. Kneed nu met de hand alles goed door. In het begin lijkt het veel te droog, maar onder invloed van de warmte van je handen wordt de boter steeds zachter en wordt het steeds meer een deeg . Als het deeg begint te plakken een of maximaal twee eetlepels water toevoegen. Nog even flink doorkneden maar niet te lang. Het deeg moet enigszins korrelig blijven voor een bros resultaat. Als het deeg teveel plakt, zet het dan even in de koelkast om weer op te stijven.

Je kunt het deeg nu direct verwerken of een nachtje in de koelkast zetten om de kruiden te laten intrekken. Strooi een beetje bloem op het aanrecht en wrijf de deegroller in met bloem. Rol het deeg uit tot de gewenste dikte. Snijd er vierkante koekjes uit of gebruik uitsteekvormpjes. Leg het bakpapier op de bakplaat en leg daar de koekjes op. Besmeer de speculaaskoekjes met het losgeklopte ei. Garneer ze dan met een amandel, druk die stevig aan en smeer daar overheen nog wat extra ei.

Bak de speculaaskoekjes in 20 minuten gaar op ongeveer 160 tot 180 graden, afhankelijk van de oven. Haal de nog enigszins zachte koekjes uit de oven en doe ze over op het ovenrooster. Bak ze dan in nog eens 5 minuten knapperig. Laat ze buiten de oven afkoelen tot kamertemperatuur en doe ze dan direct in een luchtdichte trommel.

Speel en experimenteer smakelijk!

P.S.: Speculaaskoekjes zijn erg lekker bij de zelfgemaakte warme chocolademelk!